Word assertief

Uw partner neemt u mee naar een feest van zijn werk, maar hij kletst voortdurend met zijn collega’s en u voelt zich enorm verloren. U…

  • A. Houdt de avond vol met een krampachtige glimlach op uw gezicht, maar bent onderweg naar huis heel stil. Als uw partner vraagt wat er is, zegt u bits: ‘Niets.’
  • B. Tikt uw partner op de schouder en zegt hard: ‘Hallo! Je houdt geen rekening met me. Ik ben er ook nog!’
  • C. Neemt uw partner even apart en zegt: ‘Lieverd, ik snap dat jij het heel leuk vindt met je collega’s, maar ik voel me een beetje verloren. Ik zou graag wat meer bij de gesprekken betrokken willen worden. Dan blijf ik dit feestje een stuk langer leuk vinden.’

A is een passieve reactie, b een agressieve’en c een assertieve
Iemand die opkomt voor zijn rechten en gevoelens, is ontspannener dan iemand die dat niet kan. Assertief zijn betekent dat je minder lijdzaam reageert als je belangen in gevaar komen, maar ook dat je minder woede-uitbarstingen hebt. Een assertief persoon komt op voor zijn rechten en behoeften, maar respecteert tegelijkertijd ook de rechten en behoeften van de ander. Hij is ontspannen in relaties, omdat hij openlijk van mening kan verschillen met een ander, vragen kan stellen en nee kan zeggen, omdat hij zijn wensen en belangen kan verwoorden en complimenten kan ontvangen.

De 6 assertiviteitsregels:

  1. Kijk wat uw rechten zijn, wat u wilt, wat u nodig heeft en wat uw gevoelens zijn over de situatie.
    Probeer dit zo nuchter mogelijk te zien en laat u niet verleiden tot beschuldigingen of zelfmedelijden. U hebt het recht om aan uzelf te denken. U hebt er recht op een andere mening te hebben, u hebt het recht om hulp te vragen, u hebt het recht om niet in te gaan op een verzoek van een ander. Houd zo helder mogelijk uw belang en uw doel voor ogen tijdens het gesprek.
  2. Regel een tijd en plaats die voor u en de ander gunstig zijn om het probleem te bespreken.
    Om te krijgen wat u wilt, moet u de ander niet in een positie brengen waarin hij in de verdediging schiet of slechtgehumeurd raakt. Houd dus ook rekening met hem. Begin er bijvoorbeeld niet over als hij net op het punt staat te gaan slapen, en doe het niet in gezelschap van anderen.
  3. Definieer de probleemsituatie zo concreet mogelijk.
    Dit is heel belangrijk! Blijf niet hangen in vage beschrijvingen zoals: ‘Je luistert nooit naar me,’ maar zeg: ‘Toen ik zei dat ik het liefst naar de pizzeria wilde, besloot jij toch dat we naar de Griek gingen.’
  4. Beschrijf uw gevoelens met een ‘ik-boodschap’.
    Om de ander uw belang beter te laten begrijpen, zult u uw wensen en gevoelens moeten uitspreken. Dus niet: ‘Jij hebt me gekwetst,’ maar: ‘Ik voel me gekwetst.’
  5. Formuleer uw verzoek in één of twee heldere zinnen.
    Wees daarbij helder en resoluut, maar formuleer uw wensen niet als bevelen.
  6. Stimuleer de ander om u te geven wat u wilt.
    Formuleer positieve gevolgen van de verandering die u wilt. ‘We zullen meer tijd overhouden om leuke dingen te doen,’ of: ‘Ik zal me een stuk beter voelen en dan ben ik ook leuker gezelschap.’

Bedenk nu een probleem dat u wilt aankaarten bij uw partner, een vriend of collega. Pak een blaadje en maak een ‘assertiviteitsscript’ volgens de bovenstaande zes regels.